NÓTT
In mijn jeugd was het thuis zwaar. Samen met mijn zusje zochten we buiten een ontsnapping in fantasie, waar we steeds nieuwe werelden creëerden om de realiteit even te ontvluchten. Ook nu is de realiteit hard. Hoewel thuis als volwassene veilig is, wordt de wereld daarbuiten getekend door oorlog en een zwaar beschadigde natuur. In een serie schilderijen onderzoek ik dat verlangen naar ontsnapping. Elk werk toont een meisje in een eigen fantasiewereld, vergezeld door een sprookje. De figuren ogen sprookjesachtig, maar hun blikken verraden het besef dat ook deze werelden tijdelijk zijn en de terugkeer naar de realiteit onvermijdelijk is.
Het sprookje vind je onder de afbeelding.
NÓTT
100 x 80 cm
acryl op doek
2024

HET SPROOKJE VAN NÓTT
In een afgelegen dorp, ingebed in een dicht, mysterieus woud, woonde een klein meisje genaamd Nótt. Ze was anders dan de andere kinderen in het dorp, met haar witte haar en opvallende blauwe ogen die verhalen vertelde van leed en verlies. Maar wat echt bijzonder aan haar was, was de tattoo van een mot op haar borst.
Nótt had al veel meegemaakt in haar jonge leventje. Toen ze nog maar vier was, waren haar ouders in het woud verdwenen tijdens een zware storm. Niemand wist precies wat er met hen was gebeurd. Nótt bleef achter met haar grootouders, maar ook haar oma werd al snel ziek en overleed. Nótt bleef alleen met haar opa over. Haar opa was oud en had veel hulp nodig. Dus zo jong als ze was, leerde zij al snel voor zichzelf te zorgen in de wereld.
Elke avond voor het slapengaan vertelde haar opa haar legendes uit het mysterieuze woud. In één van de legendes vertelde opa dat iedereen die geboren werd met het teken van de nachtvlinder een speciale gave bezat. De nachtvlinders zouden deze kinderen een bijzondere band met de nacht geven, een band die nog sterker werd tijdens de volle maan.
Op een avond, toen de maan vol en helder aan de hemel stond, besloot Nótt het mysterie van haar tattoo en de legende die haar opa haar had verteld te ontrafelen. Ze verliet stilletjes haar huis, gewapend met niets meer dan een kleine lantaarn en liep het donkere bos in, voortgedreven door een instinct dat ze niet begreep.
Plotseling begon de tattoo van de nachtvlinder zachtjes te gloeien. Nótt keek verbaasd naar beneden en zag de gloed helderder worden naarmate ze dieper het bos in liep. Uiteindelijk leidde het licht haar naar een verborgen open plek, omringd door oude, kronkelende bomen. In het midden van de open plek stond een oude, met mos bedekte steen.
Zachtjes legde Nott haar hand op de steen en op dat moment veranderde haar tattoo in een echte nachtvlinder. De nachtvlinder strekte zijn vleugels uit en vloog om haar heen, terwijl hij zachtjes leek te fluisteren: “Welkom, Nótt. Jij bent uitverkorene als wachter van het woud.”
De nachtvlinder vertelde dat Nótt speciale krachten bezat waarmee ze de natuur kon helpen en beschermen. Ze kon met de dieren praten, de bomen genezen en zorgen dat bloemen zelfs in de donkerste hoeken van het bos konden bloeien.
Van die dag af aan leefde Nótt op de grens tussen twee werelden: die van haar dorp en die van het woud. Haar avonturen in het woud brachten haar dichter bij de natuur dan ze ooit voor mogelijk had gehouden en de nachtvlinder was altijd aan haar zijde om haar te begeleiden.
